Initiatieven

INTERPELLATIE M.B.T. TOT DE ATLAS DER BUURTWEGEN

Gemeenteraad
23 september 2003

Inleiding

Momenteel is het met de kerkwegen in onze gemeente maar droevig gesteld. Sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw is door de opmars van de auto het gebruik van deze (kerk)wegen drastisch verminderd en op een ‘stille’ manier zijn ze sindsdien uit het landschap verdwenen. Een ploegschaar was meestal voldoende om ze voorgoed van de aardbodem te laten verdwijnen.

De kerkwegen, ook wel binnenwegen of voetwegen genoemd, kunnen nochtans bogen op een lange historie. Vandaag zijn de ecologische en de cultuurhistorische waarde nog steeds van groot belang. Eeuwenlang hebben ze gefungeerd als verbindingswegen tussen kerk en school, hoeve en markt, gehucht en dorpskern onderling, zodat op die manier het voetverkeer (dat praktisch het enige ‘vervoer’middel was) op een snellere manier kon gebeuren.

Om de reistijd te verkorten, week men van de geëigende wegen af. Meestal was dit langs een bestaande beek of gracht of langs perceelsgrenzen van landerijen, m.a.w. over private grond.


Geschiedenis

Ondanks dat ze in oorsprong privaat zijn hebben deze wegen ook een openbaar statuut.
Om dit beter te begrijpen moeten we terug naar 1841. In dat jaar werd er een wet gestemd in verband met de zogenaamde ‘kleine wegen’. Een aantal van die kleine wegen of paden behoorden wel toe aan het rijk, de provincie of de gemeente, maar een heleboel andere waren ontstaan op privéterrein zoals daarjuist geschetst is. Voor deze laatste categorie bestond de vrees dat ze zouden worden ingepalmd en afgesloten. Om dit te voorkomen werd op 10 april 1841 de Wet op de Buurtwegen aangenomen, met als voornaamste doel de begaan- en berijdbaarheid van deze wegen voor de toekomst te verzekeren.
Het onderhoud van deze wegen/paden werd door de wetgever aan de gemeenten toegewezen. Omdat het hier gaat over vele kilometers weg in onze gemeente, mogen we gerust stellen dat dit een zware taak is.

Om deze wet in praktijk te brengen diende iedere gemeente een inventaris maken van de buurtwegen die over haar grondgebied liepen. Zo ontstond de ‘Atlas van Buurtwegen’.
Deze atlassen werden in tweevoud opgemaakt: het origineel was voor de gemeente, het dubbel exemplaar voor de provincie. Iedere atlas bestaat uit een algemeen plan (schaal 1/10.000), een reeks detailplannen (1/2.500) en drie tabellen. Op de detailplannen staat het tracé van de (voet)wegen aangegeven, de weggrenzen alsmede de breedte (incl. grachten). In de tabellen vinden we gegevens terug omtrent lengte, oppervlakte, breedte en aanpalende eigendommen. Elke buurtweg heeft een nummer en een naam. De atlas van de buurtwegen ligt ter consultatie van het publiek op de technische dienst.

Het overgrote deel van de kerkwegen, waarover hier sprake, worden in de bewuste Atlas aangeduid door middel van een dubbele stippellijn, of ook wel eens door twee volle lijnen.
Dit betekent dat dat de eigendom van de wegen toebehoort aan de eigenaars die aan beide zijden van de wegen palen en dit tot de as van de wegen. Als een wegen/pad aangegeven wordt door een volle én een stippellijn, dan betekent dit dat die behoort tot de eigendom die aan de kant van de stippellijn paalt.
Door de jaren heen werden verschillende wijzigingen aangebracht in de Atlas der Buurtwegen. In onze gemeente werden deze wijzigingen bijzonder slecht bijgehouden. Goddank is het de Deputatie van de provincieraad die de zelfstandige bevoegdheid heeft over het beheer van de Atlas der Buurtwegen en de archivering van de wijzigingen. Daar werden de wijzigingen zeer goed bijgehouden.


Juridisch

Publiekrechtelijke erfdienstbaarheden verschillen van de privaatrechtelijke erfdienstbaarheden. Privaatrechtelijke erfdienstbaarheden zijn vooral loswegen en erfdienstbaarheden van overgang en beschreven in een notariële akte. Het gemeentebestuur heeft over deze wegen geen enkele bevoegdheid en alle betwistingen dienen aan de vrederechter voorgelegd te worden. Naast de buurtwegen uit de atlas bestaan er ook “erfdienstbaarheden van doorgang”, die niet in de atlassen zijn opgenomen. Een erfdienstbaarheid is beperking van het privaat eigendomsrecht in functie van het algemeen belang (in dit geval een recht van doorgang voor het publiek). Deze erfdienstbaarheden van doorgang werden meestal ingesteld om toegang te verlenen tot achterliggende percelen. Daarbij moet een onderscheid gemaakt worden tussen publiekrechterlijke en privaatrechterlijke erfdienstbaarheden. Een publiekrechterlijke erfdienstbaarheid van doorgang wordt toegekend door de rechtbank op basis van het Burgerlijk Wetboek. Deze laatste worden ook “servitudewegen” genoemd. Deze publiekrechterlijke erfdienstbaarheden kunnen door iedereen gebruikt worden, ook al staan ze niet op de atlassen der buurtwegen. Daarnaast zijn er privaatrechterlijke erfdienstbaarheden van doorgang, gesloten tussen twee of meer particulieren. Deze erfdienstbaarheden worden meestal vastgelegd in een notariële akte. Op deze private erfdienstbaarheden heeft de overheid geen vat (bijvoorbeeld inzake onderhoud – het college herinnerd zich mijn schriftelijke vragen van enkele weken geleden nog!).

Verder zijn er trage wegen die spontaan gegroeid zijn door het gebruik en onder geen enkel juridisch statuut vallen. Dit betreft vaak verbindingen tussen bestaande buurtwegen. Deze spontaan gegroeide trage wegen kunnen wel een openbaar karakter verkrijgen door een dertigjarige verjaring: indien dergelijke weg gedurende dertig jaar ondubbelzinnig werd gebruikt voor openbaar verkeer, kan de gemeente door verjaring een publiekrechterlijke erfdienstbaarheid van doorgang verkrijgen. Dit kan wel gepaard gaan met complexe juridische procedures.

De bestendige deputatie van de provincie kan bestaande wegen als buurtwegen erkennen en beslissingen nemen over verplaatsingen, afschaffingen enz.
De (illegale) manier van verdwijning is hierboven reeds geschetst, maar ook de gemeentebesturen en regeringen waren soms verantwoordelijk voor het verdwijnen van (kerk)wegen.

Zo werd ook in onze gemeente in het verleden bouw- en verkavelingvergunningen uitgereikt die geen rekening hielden met het tracé van bestaande of niet meer gebruikte buurtwegen. Ook bij de aanleg van bv de E19 gingen heel wat buurtwegen verloren.

Toekomst

Zoals hierboven gesteld, kunnen heel wat types van wegen onder de noemer trage wegen vallen Om terzake een toekomstgericht beleid te ontwikkelen is een eenvoudige, algemeen aanvaarde en werkbare definitie nodig. Deze definitie moet enerzijds rekening houden met de bestaande toestand te velde en anderzijds met mogelijke toekomstige functies van de trage wegen. Een mogelijke definitie is: “alle openbare wegen en publiekrechterlijke erfdienstbaarheden van doorgang die uitsluitend of grotendeels gebruikt worden door niet-gemotoriseerd verkeer en als dusdanig een rol (kunnen) spelen voor zachte mobiliteit, duurzame recreatie, landbouw, natuurontwikkeling en/of landschapsbeleving”.

Vele Atlassen der Buurtwegen, ook de onze zijn in slechte staat en latere aanpassingen werden op aparte besluiten bijgehouden. Om het juridisch statuut van de ontelbare buurtwegen te kunnen vaststellen en als hulp bij het inventariseren van het trage wegenpatrimonium in Vlaanderen, is het nodig de Atlassen der Buurtwegen te actualiseren en te digitaliseren.

De raadpleegbaarheid zou bijzonder gebaat zijn bij een veralgemeende terbeschikkingstelling van geactualiseerde en gedigitaliseerde atlassen via het internet.
Ook zou overwogen kunnen worden het moderniseren van de Atlassen der Buurtwegen te centraliseren op provinciaal niveau, daar waar de archivering van deze atlassen nu reeds nauwkeurig wordt bijgehouden op de provincie.
Aanvullend dient het gemeentebestuur dringend een inventaris op te maken van trage wegen die niet onder de buurtwegen vallen, zoals jaagpaden, vroegere trein- en trambeddingen, publiekrechterlijke erfdienstbaarheden, ed...

Het is aangewezen dat één centrale inventaris wordt bijgehouden van wat in Vlaanderen nog rest aan trage wegen, van reëel bestaande wegen tot wegen die om één of andere reden niet meer bruikbaar zijn maar nog wel in aanmerking komen om in een netwerk ingeschakeld te worden. In afwachting van een Vlaams of Provinciaal initiatief dient de gemeente het nodige te doen. De opmaak van het gemeentelijk Ruimtelijke structuurplan vormt hoe dan ook een uitstekende gelegenheid om de situatie grondig te bestuderen en duurzame oplossingen voor de toekomst voor te stellen.

Naast een inventarisatie van kaarten, moet uiteraard ook de toestand op het terrein nagegaan worden. Dat betekent dat men van elke weg individueel nagaat of de weg nog aanwezig is, in welke toestand hij verkeert, hoe hij gebruikt wordt of gebruikt kan worden,... Desgewenst kan een verder onderscheid gemaakt worden tussen verharde, halfverharde en onverharde wegen, tussen voetpaden (eenmansbreedte) en wegen op karrebreedte, tussen exclusieve fietspaden of ruiterpaden,...
Ongeveer 15 jaar geleden heeft het provinciale departement Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit aan de hand van een stafkaart, elke gemeente van de provincie bezocht. De resultaten zijn voor Rumst verrassend te noemen. Op de stafkaart werd met oranje kleur de buurtwegen die niet afgeschaft werden, maar niet meer bestaan aangeduid. Voor de deelgemeente Rumst gaat het over 17 wegen die deels of volledig weg zijn, voor Terhagen over 6 wegen en voor Reet over maar liefst 27 wegen. Weet dan zeker dat de toestand vandaag nog verergerd is. In Rumst kan ik onmiddellijk 3 wegen aanduiden die ondertussen niet meer bestaan.

Eigenaardig is het ook dat in 1991, 2 jaar nadat de provincie deze opmetingen liet uitvoeren het gemeentebestuur dezelfde opmetingen laat uitvoeren door IGEAN. Trouwens de opmetingen van Igean, op verschillende onhandig grote kaarten, zijn vele onnauwkeuriger dan de opmetingen van de Provincie. Igean werkte met als basiskaart de kadasterplannen. Zoals u weet dienen kadasterplannen hoofdzakelijk voor de onroerende voorheffing en worden zij beheerd door het Ministerie van Financiën. Kadasterplannen hebben ook Juridisch weinig of geen waarde. Waarom Igean enkele jaren na de provincie hetzelfde maar slechtere werk leverde is mij niet geheel duidelijk. Positieve noot is dat het gemeentebestuur begaan was (is) met de buurtwegen.


Afgesloten wegen terug open krijgen.

Zoals ik reeds zei gebeurt het helaas nog al te vaak dat buurtwegen of publiekrechterlijke erfdienstbaarheden illegaal worden afgesloten, ingepalmd of omgeploegd. Individuele burgers, verenigingen of gemeentebesturen kunnen zelf stappen ondernemen om wederrechtelijk afgesloten of ingepalmde buurtweg weer open te krijgen.

Wie de toegankelijkheid van een sedert lang afgesloten, ingepalmde of verdwenen buurtweg wil herstellen, moet het openbaar karakter ervan of minstens het bestaan van een recht op doorgang actief bewijzen. Dat kan met alle rechtsmiddelen. Inschrijving in de Atlas der Buurtwegen levert een afdoende bewijs. Een topografische kaart van het Nationaal Geografisch Instituut, een kadasterplan of een gemeentelijk stratenplan geven een aanduiding maar hebben geen juridisch bindende waarde en kunnen dus niet als enig bewijs gelden.

Indien de betreffende buurtweg onder het juridische begrip "dertigjarig volledig onbruik" zou kunnen vallen, moet het gebruik bewezen worden. Ook dat kan met alle rechtsmiddelen, zoals getuigenissen over vroeger georganiseerde wandeltochten, door de bevolking gebruikte verbindingstrajecten, of zelfs bewijzen van eenmalig gebruik.

Als eerste stap om de buurtweg of de publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang te herstellen, dient het gemeentebestuur de eerste stap te zetten. Het gemeentebestuur kan onderhandelen, zijn politiebevoegdheid gebruiken of een beroep doen op de rechtbank. Indien het gemeentebestuur niet optreedt, kan elke burger of vereniging met rechtspersoonlijkheid in rechte treden om het bestaan van de openbare weg te bewijzen en het herstel van het collectief gebruik te vorderen via de rechtbank. Als gemeenteraadsleden hebben wij hier dus een zware verantwoordelijkheid!


Besluit

Verschillende gemeenten zijn hun Atlas der Buurtwegen aan het actualiseren. Een heleboel voetwegen zijn ook in onze gemeente zijn in onbruik geraakt. De paden die niet meer gebruikt kunnen worden, moeten definitief afgeschaft worden, zoals enkele jaren geleden nog gebeurde met een deel van Buurtweg 15. De Atlas der Buurtwegen vormde immers midden vorige eeuw voor een belangrijke momentopname, en actualisatie is dus op z’n plaats.

Als tip zouden we ook nog willen meegeven dat vele buurtwegen, door de loop der jaren heen, niet meer herkenbaar zijn als openbare weg. Vele fietsers en voetgangers durven dan ook deze wegen niet te gebruiken uit vrees dat ze op privé-terrein zijn. Het zou dus handig zijn om de buurtwegen te voorzien van een straatnaambordje met daarop de nummer van de buurtweg.
Belangrijke ‘kerkwegen’ zijn ondertussen al enkele jaren in onbruik omwille van voorgaand feit. Om te vermijden dat deze wegen over de verjaringstermijn komen dient dringend actie te worden ondernomen. Artikel 12 van de wet van 1841 voorziet dat een buurtweg behouden blijft op grond van het enkele feit van onderhoud door de gemeente. Het hof van cassatie omschrijft dit in 1993 in een van haar uitspraken. “Een toevallig of sporadisch gebruik is voldoende, ook al gebeurd dit door bv slechts over een smallere bedding dan die aangegeven in de Atlas. Een nog weinig gebruikte buurtweg blijft dus behoren tot het openbaar domein. Slechts bij volledig onbruik, gecombineerd met inpalming door een aangelande, treedt mogelijke verjaring pas op na een termijn van 30 jaar.”

De gemeente is nu al bezig om op enkele wegen de begroeiing te verwijderen, verhardingen (dolomiet) aan te brengen om ze weer vrij te maken. Goed onderhouden en vlot toegankelijke buurtwegen nodigen immers uit tot gebruik. Een onderhoudstaak die op de gemeenten berust.
We hopen dat binnen enkele jaren alle voetwegen weer bruikbaar zijn en hersteld zijn zoals ze in de Atlas der Buurtwegen staan.

Eveneens vraagt onze fractie aan het college om een politiereglement klaar te maken waarin wordt bepaald dat de verschillende buurtwegen (kerkwegen) in onze gemeente alleen toegankelijk is voor niet-gemotoriseerd verkeer. Zo’n reglement kan bijdragen tot het rustig genot van de weg zonder geluidsoverlast.

Ook de Bond Beter leefmilieu, de Landelijke Gilde, De Koning Boudewijnstichting, verschillende provincies ijveren al enkele jaren voor actualisering van de atlas der buurtwegen. De Gouverneur van de provincie Antwerpen schreef in 1990, naar aanleiding van het plaatsbezoek van de provincie aan de aan de gemeentebesturen een rondzendbrief waarin hij bijzondere aandacht vroeg voor de buurtwegen. Hij wees de gemeente op hun taken in verband met het werkelijk openhouden van de buurtwegen en op de noodzaak om bepaalde wegen die niet meer toegankelijk zouden zijn terug open te stellen.

Onze fractie hoopt dan ook dat het gemeentebestuur hiervan dringend werkt maak.


Steven Vollebergh
Gemeenteraadslid


Categorie:   


Wil u ook een webstek als deze voor uw afdeling, district, koepel of regio?